Investeringsmarkt: Living-transacties domineren 2026
Medio 2026 is de Nederlandse residentiële investeringsmarkt een nieuwe fase ingegaan. Het is inmiddels duidelijk dat institutionele beleggers zijn teruggekeerd naar of uitbreiden in het Living-segment. Tegelijkertijd is niet de beschikbaarheid van kapitaal, maar de beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardig beleggingsproduct een beperkende factor. Met een investeringsvolume van circa €3,1 miljard kende de woningmarkt een zeer sterk eerste halfjaar van 2026, goed voor ongeveer 53% van het totale Nederlandse investeringsvolume.
Deze opleving wordt grotendeels gedreven door binnenlands institutioneel kapitaal, met name pensioenfondsen en vermogensbeheerders, die sterk gefocust blijven op kwalitatief hoogwaardige nieuwbouwwoningen. Een andere significante bijdrage aan het hoge volume kwam van beleggers in het bestaande voorraadsegment, die transacties bewust hebben uitgesteld om te profiteren van de verlaging van de overdrachtsbelasting van 10,4% naar 8% per 1 januari 2026. In de markt voor bestaande woningcomplexen zijn voornamelijk private equity- en value-add-beleggers actief, op zoek naar complexen met uitpondpotentieel en opportunistisch inspelend op aanbod in de markt.
Gebruikersmarkt: onzekerheid drukt op de markt
De koopwoningmarkt vertoonde in het tweede kwartaal van 2026 verdere tekenen van normalisering. Een recordaantal bestaande woningen kwam op de markt, wat kopers meer keuze bood en een aanzienlijke stijging van het transactievolume ondersteunde. Hoewel de vraag naar koopwoningen structureel sterk blijft, heeft het toegenomen aanbod de concurrentiedruk verlicht, wat heeft geleid tot een evenwichtigere markt met meer ruimte voor onderhandelingen en minder opwaartse prijsdruk.
De gemiddelde huizenprijs steeg naar €506.000, een kwartaalstijging van 3,4%, hoewel de jaarlijkse prijsgroei vertraagde tot 2,1%, wat de aanhoudende matiging van de huizenprijsinflatie bevestigt. De toename van het beschikbare aanbod is deels gedreven door de voortdurende verkoop van voormalige huurwoningen, wat de marktliquiditeit heeft verbeterd en de woningmobiliteit heeft gestimuleerd.
Tegelijkertijd worden de marktdynamieken steeds gedifferentieerder. Energiezuinige, goed onderhouden woningen blijven sterk in trek, terwijl minder duurzame woningen en woningen in het hogere prijssegment een realistischere prijsstelling vereisen om verkoop te realiseren. Ondanks verbeterende marktomstandigheden blijft het structurele woningtekort onopgelost. De huidige toename van het aanbod weerspiegelt voornamelijk een verbeterde doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad, en geen structurele uitbreiding van de woningbeschikbaarheid. Een aanhoudende toename van de nieuwbouwproductie blijft essentieel om de betaalbaarheid te verbeteren, de woningmobiliteit te bevorderen en het langetermijnevenwicht op de markt te herstellen.